Totale Heupprothese


Een heupprothese wordt geplaatst bij mensen waarbij het kraakbeen van de heup volledig afgesleten is door artrose, reuma, doorbloedingsstoorissen van de heup of door vroegere breuken of ongevallen.Ook een breuk net onder de heupkop kan een reden zijn om een heupprothese te plaatsen. 

Hoe zit een heupgewricht in elkaar?

Een heupgewricht bestaat hoofdzakelijk uit 2 delen : de kom (het acetabulum), dat deel uitmaakt van het bekken, en de femurkop, die het bovenste gedeelte van het dijbeen vormt. De kop kan vrij roteren in de kom en in een gezond heupgewricht zijn de beenderige oppervlakken bedekt door een schokdempende laag kraakbeen van ongeveer 5 mm dik. Deze laag is normaal gesproken perfect glad, zodat de gewrichtsoppervlakken pijnloos en geluidloos over mekaar kunnen glijden.

In de zieke heup wordt het kraakbeen aangetast. Het wordt dunner en oneffen en dit veroorzaakt pijn in de heup, beenderige aangroei aan de randen van het gewricht en progressieve verstijving.

Hoe ziet een heupprothese eruit?

Bij een totale heupprothese wordt zowel het afgesleten kraakbeen aan de zijde van de heupkom als dit aan de zijde van de heupkop vervangen. Hiertoe wordt hetzij een metalen kommetje met binnenbekleding van polyethyleen of keramiek, hetzij een volledig uit polyethyleen bestaand kommetje in de originele kom gefixeerd. 

De afgesleten femurkop wordt vervangen door een metalen prothese die in het bovenbeen wordt geplaatst : het dijbeen is hol en de femurprothese wordt dan ook binnen in het dijbeen stevig verankerd. Op de prothese wordt een metalen of keramisch kopje geplaatst

Zowel de kom als de steel kunnen met of zonder cement in het bot worden gefixeerd. De keuze voor cement of cementloos hangt van de chirurg en bepaalde patient-specifieke anatomische factoren af. Beide opties geven uitstekende lange termijnsresultaten.

Artikel Hoe ziet een heupprothese eruit?1

Voorbereidende onderzoeken

Nadat de orthopedisch chirurg samen met u tot een operatie heeft besloten is het van belang om een goed beeld te hebben van uw gezondheidstoestand. Daarom is het nodig dat iedere patiënt een aantal pre-operatieve onderzoeken laat uitvoeren. Dit omvat een bloedonderzoek, een EKG (filmpje an het hart), een urineonderzoek bij vrouwen en indien nodig een consultatie bij een andere specialist (internist, longarts of cardioloog). Indien er vooraf reeds longproblemen waren, wordt pre-operatief een RX van de longen genomen.

Kruisproeven
Om rodebloedcelconcentraat (bloedzakje) te kunnen klaarmaken om eventueel toe te dienen aan de patiënt tijdens of na een chirurgische ingreep, moeten we beschikken over 2 bloedgroep bepalingen (wettelijke verplichting) waarvan minimaal 1 bepaling in ons eigen labo uitgevoerd is. Heel vaak zal dus 2 maal bij u bloed geprikt worden om uw veiligheid maximaal te garanderen. Een duidelijk leesbare bloedgroepkaart met naam en geboortedatum kan de bloedname tot één herleiden.

Tandarts
Het is sterk aan te bevelen uw gebit voor de operatie door de tandarts of mondhygiëniste te laten beoordelen. Het gebit dient ten tijde van de operatie schoon te zijn. Een ontsteking in het gebit kan via het bloed naar een gewricht met een prothese overslaan. Als u na de operatie een tandheelkundige ingreep moet ondergaan is bescherming van uw heupprothese d.m.v. antibiotica aan te bevelen

Bloedverdunnende medicatie
Indien u bloedverdunnende medicatie gebruikt, moet u dit aan uw specialist melden. Om ongewenste bloedingen tijdens en na uw operatie te voorkomen, zult u deze tabletten een aantal dagen voor uw operatie niet meer mogen innemen. Hoeveel dagen tevoren, hangt af van het soort bloedverdunner dat u gebruikt en de reden waarom. Dit bespreekt u op de raadpleging met de orthopedisch chirurg. 

De Operatie

De ingreep kan gebeuren onder spinale anaesthesie (= via een ruggeprik) of onder algemene anaesthesie. De anaesthesist zal dit met u bespreken.

Bij een totale heupprothese wordt de beschadigde femurkop afgezaagd en het zieke kraakbeen van het kommetje verwijderd door middel van een speciale frees. Hierna wordt een kommetje in metaal of polyethyleen geïmplanteerd in de oorspronkelijke kom, terwijl de femurkop vervangen wordt door een prothese die in het bovenbeen wordt geplaatst : het dijbeen is hol en de femurprothese wordt dan ook binnen in het dijbeen stevig verankerd. De femurprothese is van metaal, meestal van een legering Cobalt-Chroom-Molybdeen of van roestvrij staal. 

Zowel de kom als de steel kunnen met of zonder cement in het bot worden gefixeerd (zie figuur). De keuze voor cement of cementloos hangt van de chirurg en bepaalde patient-specifieke anatomische factoren af. Beide opties geven uitstekende lange termijnsresultaten.

De Revalidatie

Reeds de eerste dag na de ingreep zal de revalidatie gestart worden. De eerste dag bestaat deze uit oefeningen in bed en de eerste stapjes die met de nieuwe heup worden gezet.

De dagen nadien wordt de revalidatie uitgebreid naar de oefenzaal van het revalidatiecentrum.

Enkele dagen na de operatie kan u het ziekenhuis verlaten, doch uiteraard dient ook thuis de revalidatie intensief te worden geconitnueerd. Dit kan via een kinesitherapuet uit de buurt of via het busje dat u thuis oppikt, naar het revalidatiecentrum brengt en u nadien thuis weer afzet.

Krukken worden aangeraden de eerste weken, nadien mogen deze progressief worden afgebouwd. Bij het stappen met 1 kruk is het belangrijk dat deze in de hand aan de niet geopereerde zijde wordt gehouden, dus in de rechter hand na een linker heupprothese en omgekeerd.

 

Complicaties

Ondanks alle zorg, die aan de operatie wordt besteed, kunnen er soms toch complicaties optreden. Als u één van de onderstaande verschijnselen bemerkt moet u contact opnemen met uw huisarts of met de behandelend orthopedisch chirurg.

Luxatie

Hierbij schiet de kop van de prothese uit de kom. Het risico bedraagt 2 à 5%. Deze complicatie treedt vooral op in de eerste 6 weken na de operatie, als het kapsel van de heup en de spieren nog niet voldoende geheeld zijn. Extreme buiging van de heup en kruisen van de benen moeten dan zeker vermeden worden.

Zenuwletsel

Er is een zeer kleine kans dat ten gevolge van de operatie een zenuw uitgerekt of beschadigd wordt door langdurige druk. Meestal is trage recuperatie de regel.

Nabloeding
In de eerste 2 weken na de operatie kan een lekkend bloedvat ervoor zorgen dat bloed zich ophoopt in de knie. Meestal volstaat hiervoor een drukverband en ijs, zeer zelden moet het overtollige bloed verwijderd worden.

Infectie
Men spreekt van infectie als een ontsteking wordt veroorzaakt door bacteriën. Besmetting met bacteriën kan tijdens de operatie opgelopen worden, zonder bekende oorzaak. Dit is de reden dat elke patiënt tijdens de operatie antibiotica krijgt toegediend. Ook kan een infectie elders in het lichaam via de bloedbaan overslaan naar de prothese, waardoor dit gewricht ontstoken raakt. 

Kenmerken hiervan zijn: plaatselijke roodheid, zwelling, koorts en pijn. Uit de operatiewonde kan wondvocht of pus lekken. Er dient zo spoedig mogelijk contact genomen te worden met de chirurg.

Koorts
De eerste week na de operatie is dit vaak het gevolg van de operatie zelf. Bij aanhoudende temperatuursverhoging is het echter een mogelijk teken van ontsteking.

Lekken van de wonde
Als uit uw wonde spontaan vocht gaat lekken na ontslag uit het ziekenhuis is dit een reden om contact op te nemen met de afdeling orthopedie.

Trombose (flebitis)
Bij trombose ontstaat er een (ongewenst) stolsel in een bloedvat, meestal in de kuitader. Het onderbeen is hierbij pijnlijk, zwelt op en wordt licht rood en glanzend. Om dit te voorkomen krijgt u medicatie en steunkousen en dient u de knie en de voeten zo snel en zo veel mogelijk te bewegen. Het is mogelijk dat trombose ontstaat ondanks antistollingsmedicijnen! Bij verdenking op trombose kunt u contact met uw huisarts opnemen of met de dienst orthopedie.

Menu