Hallux rigidus


Hallux is latijn voor grote teen en rigidus  wil zeggen stijf. Het wil eigenlijk zeggen dat er artrose ontstaat in het gewricht tussen de voet en de grote teen; het kraakbeen verdwijnt en er ontstaat stijfheid en ontsteking . 

Oorzaak

Hallux rigidus is een genetisch bepaalde aandoening . Dit wil zeggen dat er een erfelijke voorbeschiktheid bestaat om de ziekte te krijgen . Bij sommige patiënten treedt de afwijking al tijdens de 20e tot 30e levensjaren op. Bij anderen treedt de afwijking pas op na 30 à 40 jaar of zelfs pas op oudere leeftijd. De afwijking treedt meestal aan de beide voeten op. Het komt vooral voor bij mannen. Deze afwijking is meer frequent bij patiënten met jicht, een te hoog urinezuurgehalte in het bloed. Bij iedere oudere patiënt met een hallux rigidus dient steeds het urinezuur gecontroleerd en indien verhoogd ook behandeld te worden.

Symptomen

Er ontstaat een knobbel aan de rugzijde van het grote teengewricht. Dit noemt men de exostose of osteofyt. Ook wordt de grote teen geleidelijk aan stijver, waarbij men de teen minder en minder naar achter kan plooien. Met de loop der tijd, soms zelfs over een periode van jaren, gaat de knobbel aan de teenbasis meer irriteren. Uiteindelijk wordt het gewricht rood, gezwollen en pijnlijk. Men spreekt dan van een artritis, het gewricht is ontstoken. Initieel gaat dit ook weer over door inname van ontstekingsremmers. Uiteindelijk volgen de ontstekingen elkaar sneller op en is verdere behandeling noodzakelijk. 

De Behandeling

Eerst zijn er een aantal niet-operatieve maatregelen die je kan nemen om je pijn te verminderen:

Een schoen met een stijve dikke zool, zorgt dat de grote teen minder naar achter moet plooien tijdens het stappen en hierdoor zal het gewricht minder belast worden.

Bij een opstoot van de ontsteking kan gedurende enkele dagen een ontstekingsremmer worden genomen.

Een cortisonespuit in het gewricht geeft slechts enkele weken verbetering ( het remt de ontsteking) maar als t frequente injecties zullen het  kraakbeen net verder aantasten. Wij vinden dit geen goede behandeling.

Meestal moet deze aandoening echter operatief behandeld worden:

Het type operatie hangt af van de graad van aantasting van het gewricht

De Operatie

Artikel De Operatie1
Artikel De Operatie2
Artikel De Operatie3

Graad 1: beginnende artrose

Dit zien we dikwijls bij jonge mensen. Er is vooral een dorsale osteofyt, dit wil zeggen een knobbel op de rugzijde van het gewricht. Het kraakbeen zelf is nog niet erg aangetast.

In dit geval doen we een cheilectomie. Hierbij wordt het gewricht opengemaakt langs de rugzijde en wordt de osteofyt verwijderd met een beiteltje of een zaagje. Het voordeel van deze operatie is dat het gewricht soepel blijft, het kan blijven plooien, en dat de revalidatie sneller is dan bij de andere ingrepen. Het nadeel is dat de artrose geleidelijk verder zal toenemen. Jaren later zal de patiënt vaak terug pijn krijgen en moet er opnieuw een operatie gebeuren, de artrodese.

Graad 2: matige artrose en Graad 3: zware artrose

In dit stadium is er naast de osteofyt ook reeds kraakbeenaantasting in min (graad 2) of meerdere (graad 3) mate.

 

Artikel 1
Artikel 2
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3

Hier wordt best geopteerd voor een artrodese: het vastzetten van het gewricht tussen de voet en de grote teen.  Dit schrikt patiënten vaak af, hoewel het een zeer succesvolle ingreep is waar patiënten zeer tevreden over zijn. Stappen verloopt zonder manken , de pijn verdwijnt  en de hallux rigidus is definitief van de baan; het  grote teengewricht kan nooit meer terug pijn gaan doen omdat het beenderig is vastgegroeid . Deze artrodese wordt gedaan via een incisie aan de rugzijde van het gewricht, waarbij het kraakbeen en het harde onderliggende bot worden verwijderd tot op het zachte spongieuse bot. Dan wordt de teen in de gewenste stand gepositioneerd en wordt het gewricht vastgezet met een klein overbruggend metalen plaatje met schroeven. Zo zal het gewricht dan vastgroeien op 6 weken tot 3 maanden tijd.

Bij al deze ingrepen dient er een incisie aan de rugzijde van de voet gemaakt te worden. Op termijn geeft dit litteken geen last, al kan het initieel soms hinderlijk zijn.

Het plaatsen van een prothese, een kunstgewricht, is ook een mogelijkheid. Voordeel van deze ingreep is dat het gewricht soepel blijft. Het nadeel is dat de resultaten van deze operatie wisselvallig zijn. Dikwijls zien we dat na enkele jaren de prothese al komt los te zitten en terug pijn doet. In dat geval moet de prothese verwijderd worden en moet toch een artrodese gebeuren, hetgeen dan moeilijker is aangezien er een groot defect met botverlies is waar de prothese zat. Dit is ook de reden waarom deze ingreep slechts zelden wordt uitgevoerd.

Artikel 1

De Revalidatie

Na een cheilectomie mag je onmiddellijk bewegen en steunen. Best wordt een ruime schoen gedragen en wordt het gewrichtje onmiddellijk goed bewogen.

Voor een artrodese geldt een ander revalidatieschema.

Na de operatie blijft men 24u opgenomen. Wanneer de Pop block ( de verdoving in het been en de voet) is uitgewerkt zullen de verpleegkundigen extra pijnstilling toedienen via het infuus zo nodig.

De dag na de operatie wordt een open gipsspalk aangelegd voor veertien dagen waarna ontslag uit het ziekenhuis. Gedurende de eerste 2 weken van de revalidatie geldt een steunverbod.

Thuis is hoogstand de belangrijkste maatregel, best 23,5 uur van de 24! Minstens 10 cm boven het niveau van je hart. Tevens moet men voldoende pijnstilling innemen. De hoeveelheid en duur hangen af van de intensiteit van de pijn. We raden aan om te beginnen met 3 tabletten paracetamol (dafalgan) van 1g. Bij onvoldoende pijncontrole met deze medicatie kunnen nog 3 tabletten tramadol (contramal) van 50mg worden ingenomen. Na enkele dagen mindert de pijn en kan de pijnstilling progressief worden afgebouwd.

Ter preventie van trombose, klontervorming in de aders,  moet gedurende vijf weken bloedverdunning worden voorzien. Clexane 40mg of fraxiparine 0.4 zijn de meest courante producten. Dit kan men zelf doen, door een dagelijkse injectie in het vet van de buik. Indien dit niet lukt neem je best contact met een thuisverpleegster.

Tenslotte voorzien we gedurende vijf weken elke dag 1 tablet Vitamine C. Dit doen we ter preventie van Sudeck Atrofie.

Na 2 weken wordt op de consultatie de wonde gecontroleerd en wordt de gipsspalk verwijderd. Ook de draadjes worden op dat moment verwijderd.  Nu wordt er een bootwalker, een afneembare laars, aangelegd en mag progressief begonnen worden met  stappen en steunen. De bootwalker mag worden verwijderd bij het zitten of liggen. Ook douchen of baden nemen is vanaf deze moment toegestaan.

Na 5 weken wordt er op de consultatie een radiografie genomen om te controleren of de artrodese is geheeld. Indien deze ok is mag op dat moment de laars volledig uitgelaten worden en mag stappen met zeer ruim schoeisel worden opgestart. Let wel, de voet is vaak nog flink gezwollen op dit tijdstip.

Na 10 weken is er de laatste controle. Normaal kan iemand met staand werk dan het werk hervatten. Iemand met zittend werk kan al na 5-6 weken hervatten.

De voet blijft lang gezwollen na een dit type ingreep. Dit is een reden van ongerustheid en hinder. We raden aan om vanaf 2 weken goed door te steunen op de voet. Dit vermindert de zwelling, de hinder en de kans op complicaties.

Complicaties

De meest frequente complicatie is het optreden van een sudeck atrofie of algoneurodystrofie. Dit is een mysterieuze ziekte waar we het fijne nog niet van weten.  De voet blijft gezwollen, kleurt paars en blijft erg pijnlijk. Er treedt ook botontkalking op. Typisch ontstaat dit 6 weken tot 2 à 3 maanden na de ingreep.  De oorzaak is ongekend. Het is belangrijk de diagnose vroeg te stellen en tijdig behandeling in te stellen. Dit gebeurt middels het toedienen van calcitonine injecties gedurende 6  weken tot 3 maanden.

Vroeger was een trombose een frequente complicatie. Dit is het ontstaan van klonters in de aders van het been ten gevolge van de inactiviteit. Door het gebruik van bloedverdunnende inspuitingen tot 5 weken na de operatie is de kans dat dit optreedt klein geworden. Bij een trombose treedt een zwelling op, met pijn in de kuit of zelfs het gehele been. Er dient een echografie van de kuit te gebeuren en 6 maanden bloedverdunnende medicatie te worden gegeven indien deze echo een trombose bevestigt.

Af en toe zien we een wondinfectie, een ontsteking van de wondnaad. Dit treedt frequenter op, meestal bij mensen met diabetes (suikerziekte) of mensen die chronisch cortisonepreparaten innemen zoals bij reumatoide artritis of astma. Er ontstaat een rode zone rond de wonde en er komt soms etter uit. Er dient dan een staaltje worden genomen van de etter en de wonde dient gereinigd te worden. Tevens moeten dan antibiotica ingenomen worden.

Wondnecrose wil zeggen dat de huid rond de wonde een beetje afsterft of zwart wordt. Dit zien we vooral bij rokers en mensen met slechte bloedvaten en diabetes. Meestal is de necrose oppervlakkig en eenvoudig te behandelen.

 

Menu