Carpal Tunnel Syndroom


Bij een carpale tunnel syndroom zit een van de zenuwen van de hand en vingers (de nervus medianus) gekneld ter hoogte van de zogeheten carpale tunnel. Deze tunnel is een anatomische structuur op niveau van de pols waar de zenuw samen met de buigpezen van de pols en de vingers onder een ligament (het ligamentum transversum) passeren.  Wanneer er teveel druk in deze tunnel ontstaat zal de zenuw de eerste structuur zijn die hier hinder van ondervindt. 

Waarom dit bij bepaalde mensen ontstaat weet men niet. Het komt zowel voor bij mensen die handarbeid doen als bij mensen die dit niet doen. Het wordt vaker gezien bij mensen die diabetes (suikerziekte) hebben.

Artikel 1

Symptomen

Typische symptomen zijn tintelingen in de duim, wijs- en middenvinger, en vaak ook in de helft van de ringvinger. Symptomen treden vaak ’s nachts op. De patient wordt dan wakker en voelt verlichting bij het schudden met de vingers. Ook fietsen is vaak een uitlokkende factor als gevolg van bijkomende druk op de carpale tunnel door de houding op het fietsstuur.

De diagnose wordt gesteld op basis van het onderzoek bij de arts, en kan zo nodig bevestigd worden door een EMG (= elektromyografie) of zenuwgeleidingsonderzoek. Dit gebeurt door de neuroloog of fysisch geneesheer. De test meet de terminale latentietijd. Dit is eigenlijk een maat van hoe goed de zenuw nog werkt. Normaal is deze minder dan 2.5 milliseconden. Vanaf 3.5 heb je meestal symptomen van carpale tunnel. De meeste patiënten die worden geopereerd hebben 4.5 tot 5. Indien de terminale latentie meer dan 6 of 7 is wil dat zeggen dat ze zenuw reeds lang gekneld heeft gezeten. 

 

 

Artikel Symptomen1

Indicaties

Wanneer het slechts een beperkte inklemming van de zenuw betreft kan een lokale injectie met cortisone soms een oplossing bieden. Het is echter meestal slechts een tijdelijke oplossing. Vaak is de inklemming evenwel te ernstig en kan enkel een ingreep de klachten verhelpen. Pijnstillers of ontstekingsremmers werken meestal niet.

 

De Operatie

Artikel De Operatie1

 

De ingreep vindt plaats onder een korte algemene of onder een plaatselijke verdoving. Tijdens de operatie wordt de carpale tunnel via een 4 cm lange insnede aan de basis van de handpalm opengemaakt zodat de druk van de geknelde zenuw wordt gehaald.

De Revalidatie

De ingreep gebeurt ambulant  ( zie de informatiebrochure over ambulante ingrepen onder locale anesthesie) of in daghospitaal. Na de ingreep legt de dokter een drukverband aan . Dit laat je de dag na de ingreep door de huisarts verwijderen. U wordt aangeraden om onmiddellijk na de ingreep te starten met mobilisaties van de vingers, dit om littekenvorming te vermijden. Hoogstand van de vingers is aangeraden tijdens de eerste dagen.

Resultaten

De meeste patiënten zijn onmiddellijk na de ingreep van de hinderlijke nachtelijk tintelingen verlost.

 

Echter bij patiënten waar de zenuw lang ingeklemd heeft gezeten en met een terminale latentietijd van meer dan 6 of 7 ms kan er wat we noemen een postdecompressie neuralgie ontstaan. Dit  wil zeggen dat de tintelingen wel weg zijn maar dat er een tijdje nog een pijnkijk gevoel in de vingers is bij aanraking. Dit duurt meestal een drietal maanden. We raden dan ook aan om in dit geval Vitamine B in te nemen.

Complicaties

Complicaties zijn uiterst zeldzaam.

 

Er kan een wondinfectie optreden. Je ziet dan enkele dagen na de ingreep roodheid en zwelling ontstaan  rond de wondranden. Raadpleeg dan best je huisarts en die zal zo nodig antibiotica opstarten.

 

Na 14 dagen ga je terug bij je huisarts of behandelende arts om de hechtingen te laten verwijderen. Veel mensen denken dat nadien de wonde open valt in de handpalm. Dit is niet het geval. De handpalm heeft een dikke hoornlaag.  Na het verwijderen van de hechtingen komt deze laag een beetje los en zal uiteindelijk een strookje opperhuid los komen. De diepe lagen zijn echter wel dicht en dit mag je dus niet beletten om na het verwijderen van de hechtingen al de handen te wassen of de afwas te doen of dergelijke.

Menu